16 september 2011

Ontbijt

Tijdens de ontbijten wordt honderduit gepraat. Waar de mensen heen gaan, hoeveel kilometer ze denken te gaan fietsen of rijden die dag. Wat ze hebben meegemaakt. Politiek, godsdienst, economie, misère, familie, werk. Alles, alles, alles komt ter sprake. Goed voor mijn talen, zonder meer. Zo was er vorige week iemand een paar dagen lang te gast die de geschiedenis van het dorp kent. Een geschiedenis typerend voor een plattelandsgemeente. Zo vertelde ze hoe arm de mensen waren. Dat pas het derde kind verplicht naar school moest en indien dat niet gebeurde de kinderbijslag ingehouden werd. Een ramp natuurlijk voor gezinnen die helemaal niets te bikken hadden. Dat de priester het dorp zo'n beetje terroriseerde, en niet alleen voor het doen krijgen van veel kinderen. De priester scheen dan een bezoekje af te leggen om de mensen onder druk te zetten. Dat 2 kinderen toch wel erg weinig was. De volgende moest nu toch wel erg dringend op stapel gezet worden. Of jonge bakvissen de absolutie niet gaf als ze buiten de erkende feestdagen waren gaan dansen. De meiden stapten dan op de fiets en zochten vervolgens een andere priester op die wat milder in de leer was. Op het platteland werd veel getrouwd uit zakelijke overwegingen. Vaak om het land dat erbij hoorde, of vee, een business, afijn wat dan ook. De fransjes drukten dat dan subtiel uit. Het was dan niet "ik ben met die of die getrouwd". Maar "ik heb La Nicole gehuwd". Zoiets van: je weet wel die van de grote hoeve, of die rijke slager. Ging de boerderij naar de oudste zoon of dochter, de rest van het kroost moest dan maar zijn heil ergens anders zoeken. Zonen gingen dan vaak in het leger. De meiden? Broedmachines, dat sowieso. Verder liet ze zich daar niet zo over uit, zal wel zwarte ellende zijn geweest voor dat deel van de mensheid. De huisvesting was ook niet bijster geweldig op het platteland. Bij het vee in, op een aangestampte lemen vloer. Het schijthok buiten. In de winter kropen de mensen om het open vuur heen. En volgens haar leefden de mensen onder erbarmelijke omstandigheden tot diep in de 20e eeuw. Ze had het over periodes van na 1940 nota bene! Mensen die naar het seminar gingen moesten van huis uit nog bijgevoederd worden, dat bedoel ik maar.

Maar de verhalen klonken prachtig, je waande je dan even terug in die donkere tijd. Een typisch voorbeeld ervan maakte ik vorig jaar zelf mee; lees de "Aardappeleters". Een barrage aan losse verhaaltjes, zonder begin en eind, stroomden over de ontbijt tafel. Uiteraard fladderde ze van de hak op de tak, soms zinnen niet eens afmakend. De rest moest je er dan maar bij verzinnen. Met mijn levendige fantasie viel me dat gemakkelijk ;=)  En ikke maar knikken en glimlachen: toe maar, kom maar met die verhalen. Voor de lijn in de verhalen er af en toe een paar woordjes tussendoor gooiend om het gesprek ietsjes te sturen. Ach ze had het zo naar haar zin op die praatstoel. Samen lekker koffieleutend, wat wil een mens nog meer? Dan keek je eens op de klok, 10 uur werd het dan gemakkelijk. Ondertussen passeerde wel ff de hele geschiedenis van het dorp, de meest markante figuren incluis. En, prima voor mijn Franse luistertoets, bleef ze in herhalingen vallen. Zodat ik uiteindelijk toch nog alles begreep. Ahh, het leven in La Douce France was toch nog zo gek nog niet. De zon die door de keukenramen op de resten van het ontbijt op tafel viel. De geur van een tweede pot koffie die door het huis zweefde. De boter die dan toch wel erg zacht begon te worden. En de Camembert die pootjes kreeg, waarvan de geur zich door die van de koffie aan het mengen was. Af en toe stak ik een korstje baguette in mijn mond om dat op te sabbelen.

De keiharde realiteit van 3 kamers schoonmaken die morgen, duwde ik nog even van me af.

Geen opmerkingen: