11 mei 2009

Langres

Afijn het is zondag en de net zijn beurt gehad hebbende brommer smeekte om uitgelaten te worden. Zogezegd zo gedaan en het plan is de binnendoortjes naar Langres eens te gaan verkennen. Langres is een stadje hier 70 km vandaan in de richting van Parijs en een van voor de middeleeuwen stammende ommuurde vestingstad waarvan de muren nog helemaal intakt blijken te zijn.

HIER een link naar een franstalige pagina van wiki, sorry de engelstalige pagina moet ik nog ff vinden. Maar als je google translate gebruikt kom je een heel eind, behalve dat de vertaling een beetje krom is hier en daar.

De tocht naar Langres is er eentje die ik onze gasten van harte kan aanbevelen.

Via Vauvillers de D417 afgezakt. En na 20 km de aloude truuk: als de TomTom aangeeft links, dan ga je rechts. Dat gaf een zeer afwisselende tour naar Langres over voornamelijk B-weggetjes en door kleine dorpjes waar je met je motor al snel verbaasd werd begluurd. Zo van: barsten de toeristen nu al los!!!
Het landschap van de Haut Marne is wat vlakker dan dat van de Haute Saone, waar ons B&B is gelegen. De dorpen worden gemiddeld iets groter naarmate je meer naar het westen rijd. Ook de bouwstijl verandert subtiel. Meer renaissance typen van kerken en de grotere gebouwen. En ik zie ook minder in verval geraakte woningen. De landerijen zijn groter en de grond lijkt beter, in ieder geval minder keien in het veld. Wel veel minder kleinvee in de weiden.
Uiteindelijk ontkom je er niet aan de laatste 15 km over de N19 te rijden, op zich niet erg want dan heb je een goed uitzicht op Langres vanuit de verte.
Bij aankomst meteen rechtsaf de vesting in gereden en een eerste verkennende tocht op de motor door de binnenstad.
Volgens de history heeft de stad meerdere bloeiperioden meegemaakt en dat is in de bouw en inrichting van de stad zelf goed te zien. Het maakt dat Langres een interessante mix is geworden van gebouwen uit die verschillende perioden. Wat daarvan authentiek is laat ik in het midden, het ziet er allemaal prachtig uit. De layout van de stad is een beetje warrig en verder rondrijden is een totaal zinloze bezigheid. Dus parkeerde ik de brommer maar ergens en begon door het centrum te slenteren. Duidelijk was het toeristen seizoen nog niet begonnen, maar de koffie (cafe creme) kost al wel 3.20 euries, da's heftig! Een al wat op jaren zijnde ober deed errug zijn best om zijn Parijse kollega's te immiteren door ongastvrij en zelfs een beetje onbeschoft te doen door je totaal te negeren. En nadat een paar franse toeristen hem hun order hadden toegeroepen. Gilde de ober naarbinnen: "deux expresso" (2 koffie). Met enige moeite kon ik zijn aandacht ook trekken. Tsja dat is wat de toeristen business blijkbaar met de landelijke gemoedelijkheid en gastvrijheid doet.

Een paar tafeltjes verder zat een stel andere motormuizen, waarvan de dame luid en duidelijk van hollandse origine was. Want die zat keihard te praten met een heer die af en toe uhuh mompelde. Niet geheel vreemd dus, kreeg je het hele hebben en houwen mee. Kinderen die door een wilde stieren reservaat werden gesleurd waarover de moeder van die wandelende endeldarmen nu weer niet zo heftig te spreken was. UHUH klonk het weer. Toestanden met treinen en vliegtuigen en dat het met de auto uiteindelijk toch veel sneller ging, ohjah? mompelde haar gesprekspartner. En de algehele toestanden van een nieuw bestaan opbouwen in la douce france heb ik maar niet meer helemaal gevolgd. Arme man. En zij maar kleppen, niet stil te krijgen.
Met de redelijk te drinken koffie achter het huigje stapte ik weer eens op. Klom op de mijn stalen ros en beging mijn grootste vergissing van mijn verkenningen in la douce france. Ik koos namelijk voor de kortste weg vanuit Langres naar MSP. Ik zou weer eens gaan avonturieren.

De eerste 20 km gingen prima, mooie dorpsgezichten, vriendelijk kijkende mensen, en de rust. Soms knallen de pijpen een beetje heftig donderend door de kleine straatjes. Maar dat mag de pret niet echt drukken. Tsja en toen nam ik een foute beslissing. De weg eindigde in een zandweg en daarom had ik meteen om moeten keren. Maar je denkt dan: effe kijken en dan iets verder keer ik bij een goede plek om. Maar die plek kwam maar niet en het landpad ging over in een breed bospad. Volgens tomtom slechts een kilometer van de aansluitende weg af, och denk je dat overleven we ook nog wel. Het brede bospad ging over in een steeds smaller wordend bospaadje en tenslotte zat ik vast in een moddergeultje. Kieperde om met de brommer. Kreeg hem weer overeind, zette hem met veel moeite en gymnastische truuken vast met wat stammetjes en ging op verkenning uit om te kijken hoe dicht ik bij de weg zat. De hoop zonk me al snel in de laarzen. Want het bospaadje ging over in een modderpaadje en eindigde in een soort roetsbaan vol met kleine boomstammetjes, net onder de modder verstopt, speciaal voor idioten als ik. Zo glad als spek, zelfs te voet! De andere kant op, de weg omhoog liep uiteindelijk ook dood. Einde verhaal dus. En dan is goede raad duur. Tien meter verder was voldoende ruimte om te keren, dacht ik. Helaas werkte de vette klei niet mee en ging ik weer onderuit. Het gaat allemaal in slow motion dus geen brokken, je legde de motor als het ware neer. Maar nu lag ie helemaal plat en dan krijg je 350 kilo niet meer in je eentje omhoog. Tegen beter weten in en met de moed der wanhoop probeerde je het toch, met voorspelbare uitkomst.

Uiteindelijk trek je de sleutel uit het contact, controleert of er geen benzine uitloopt, koppel je de GSM los, markeer de plek op de GSM waar het ijzeren ros ligt te zieltogen en ga je op pad richting de bewoonde wereld. De GSM wees de weg, 5 km lopen met zware motorlaarzen, met een zeker gewicht aan modder erbij. En intussen loopt het zweet in straaltjes van je rug af. Kalm aan de stijle helling naar beneden ge- gleden, strompeld, struikelt en daar stond ik voor een metershoge spoordijk. Dat ging ook nog wel. Dan een paar km sjokken door een maisveld langs een diepe beek. Je zag steeds de verleidelijke straatweg, maar ja die beek vol met brandnetels aan beide kanten is ook geen aantrekkelijke oefening. Uiteindelijk strompelde ik een boerderijerf op. Gered!

Toen ik vroeg of ze een taxi konden bellen werd daar geen seconde over nagedacht, huh?! Ze zouden me met de trekker wel ff uit het bos halen, of ik daar bezwaar tegen had. Niet natuurlijk. Dus hop met zijn drieen en krappe trekker kabine in. En deze puffende en extreem zwetende jongen deed al snel de ruitjes beslaan. Airco aan boord, niet te geloven! Afijn na een 6-tal bomen tegen de vlakte gewerkt te hebben kwamen we dankzij de GSM na een halfurtje bij de motor aan. Vol goede moed stelde de boer voor wat de GSM aangaf: de grote weg is vlakbij! Dus dat moest toch te doen zijn. Daarmee overschatte hij toch lichtelijk mijn rijkunst en wat de motor zelf kon. En dat stuitte toch op een paar bezwaren van mij, en zei ik dat het een grote glijbaan naar beneden was en dat ze me er bijna overheen zouden moeten dragen. Dus wij met zijn allen naar beneden glijdend, en ja dat was inderdaad onbegaanbaar voor de motor. De boer en zijn zoon klommen als geiten weer naar boven, maar voor mij was dit een helletocht, buiten adem hijgend als een hert kwam ik boven. Eerst ff rusten hoor, neem je tijd klonk het. Na enige diskussie vond men het geen probleem om de motor in de kiepklep te zetten. Dat vond ik toch ook weer niet zo'n geweldig idee want er was totaal geen bescherming voor de motor meegenomen en dan zou herstel van de krassen wel erg kostbaar gaan worden.

Mijn idee om dezelfde weg terug te nemen werd aarzelend aanvaard, want die weg was niet veel beter volgens hen. Ze zouden achter me aan blijven rijden totdat ik weer op de harde weg aan kwam. En dat was erg nodig ook. Vanaf mijn terug-glij-struikel-tocht naar beneden had het aanhoudend geregend en op sommige delen was de weg een ware glijbaan geworden. Harde uitgedroogde klei met een dunlaagje zachte klei, is gewoon feest! Maar daar komt een tourmotor niet meer overheen zonder om te kieperen. Ik ben slechts 4 keer onderuit gegaan, niet slecht voor een amateur. Een keer in een brandnetelbos (dat voelde je meer dan een dag daara nog), en verder alles op een redelijk zachte ondergrond. Alleen de spiegel kwam los tijdens een van de valpartijen.

Bij de boer aangekomen de motor schoongespoten, mijzelf een beetje gewassen en wat gedronken. Zeer vriendelijk, en vol medeleven waren ze. Een kleine raadslag kon er ook nog wel bij: als de weg over gaat in een zandpad, keer dan onmiddelijk om. En dat vertel ik mijn gasten ook altijd. Maar ja blijkbaar moet je het met harde hand leren voordat je je eigen advies ook maar eens opvolgt. Afijn ik bied de boer 20 euries aan als dank en blijkbaar is dat precies goed want hij keek niet teleurgesteld maar ook niet verheugd. Het bevestigt toch wel weer mijn indruk van de boeren uit de omgeving: men is nooit te beroerd om je te helpen. Maar men verwacht wel een kleine geste.

De regen was zo goed als voorbij en ik ging via de snelste route vanaf Beaulieu terug naar MSP. Ook een erg mooie route, onthouden dus. De zon was al aan het ondergaan, het moest daarom tegen negenen lopen. Koud, koud, rillerig, honger en erge dorst. Ondanks de liter vocht die ik al naar binnen had geslagen bij de boer. Thuis de douche op heet en meteen onder de wol, ik was kapot. Kwark met cornflakes en een flinke schep rietsuiker deed wonderen, flesje water erbij. En dan nu eerst maar eens rapport aan de directie uitgebrengen. Die verklaarde me natuurlijk volkomen terecht voor knettergek om met zo'n motor het bos in te gaan. Wat een mazzel dat er niets ernstigs is gebeurd, zo helemaal alleen het bos in is toch wel een veel te groot risico.

Maar dit avontuur vergeet je nooit meer.

Moraal van het verhaal: Als de weg overgaat in een zandweg meteen omkeren.

;=O

Mijn eerdere idee van: ik wil een off-the-road hebben zodra er weer wat geld overblijft, was nu wel een plan geworden. Want alles bij alles genomen was die trek door het bos wel een ervaring het avontuur waard. Wat zou het zijn om op kompas dwars door de provincie heen te trekken. En bijna met een vinger je motor omhoog kunt trekken, ergens onderdoor kunt slepen en verder tuffen.

Vreemd genoeg de volgende dag geen spierpijn, maar mijn benen waren wel bedekt met een paar bloeduitstortingen. Het geluk is letterlijk met de domme geweest. DUS

Geen opmerkingen: